Beeldjes | huisaltaar

Deze beeldjes werden in december 1945 op het toenmalige Malakka door de commandant van de Regiments politie van het Zeeuwse Bataljon 2-14-RI (sergeant-majoor Klaassen) in beslag genomen. Ze zijn afkomstig uit een huisaltaar of klein tempeltje, waar iemand van het bataljon deze twee beeldjes “organiseerde”.

Na de vermissing werd er door de plaatselijke bevolking van Port Dickson bij de bataljonsstaf aangifte van gedaan. De dader werd al vrij snel opgespoord, mede door het feit dat deze soldaat door zijn kameraden ook niet bepaald werd gewaardeerd. De beeldjes werden in beslag genomen en voorlopig als bewijs gehouden. Voor zover de schenker van de beeldjes bekend werd dit gedaan omdat het op dat moment niet duidelijk was of e.a. krijgstuchtelijk zou worden afgedaan of dat de diefstal door de Krijgsraad zou worden behandeld.

Twee jaar lang heeft het bataljon de beeldjes van de ene locatie naar de andere meegesleept. Toen zij in januari 1948 naar Nederland terugkeerde moest er iets met de beeldjes gebeuren. Weggooien was geen optie. Uiteindelijk heeft de heer Cornelisse ze dan maar meegenomen naar Nederland met de bedoeling ze hier te laten restaureren. De eerste jaren kwam daar niets van en toen de heer Cornelisse ging informeren wat zo’n restauratie zou kosten bleek dat voor hem op dat moment niet op te brengen.

De heer Cornelisse zijn oudste dochter was erg geïnteresseerd in de beeldjes en heeft ze een tijd lang bij haar gehouden, ook met de intentie e.a. te laten restaureren. Daar is evenmin iets van gekomen. Toen de heer Cornelisse vernam dat er een museum zou komen waar o.a. de belevenissen van Bataljon Zeeland zouden worden belicht heeft de heer Cornelisse de beeldjes teruggevraagd aan zijn dochter en geschonken aan Bevrijdingsmuseum Zeeland.