Insigne 241e regiment Infanterie

De heer J.D.H. Reynders was leraar aan de technische school te Oostburg, hij woonde met zijn gezin aan de Zuidzantsestraatweg H3b te Oostburg (Zeeuws-Vlaanderen).  Op 2e pinksterdag (11 mei 1940) kwamen te voet en per (Parijse)autobus Franse militairen aan in Oostburg, die op weg waren naar Breskens.

De heer Reynders besloot om tijdelijk met zijn gezin onderdak te zoeken in het “oude veerhuis” aan de Stelledijk, dit omdat het gerucht ging dat de Fransen vanuit de lucht beschoten zouden kunnen worden.

Op 13 mei 1940 besloot de heer J.D.H. Reynders een kijkje te gaan nemen bij zijn woning, het bleek dat de Fransen deze gevorderd hadden. Er zaten 5 á 6 officieren in de woning. Buiten stond een foeragewagen waarin eten werd bereid, nadat de Fransen vertrokken is er een bord (gemaakt van aardewerk) achtergebleven bij de woning. Dit bord is nog steeds in bezit van de familie.

Na 3 á 4 dagen vertrokken de Franse troepen weer vanuit de Zuidzantstraatweg, ditmaal op weg naar Breskens waar ze de Schelde overtrokken naar Vlissingen.

 

 

Insigne 241e regiment Infanterie 
De heer J.D.H. Reynders heeft deze insigne van het 241e regiment Infanterie op 12 mei 1940 gekregen van één van de officieren die ingekwartierd zat in zijn woning. De naam van deze officier is niet meer bekend, wel dat hij in het burgerleven voordat hij opgeroepen werd om te dienen voor het Franse leger,  tandarts was.

Na het overlijden van de heer J.D.H. Reynders (in 1982)  is de insigne  in bezit gekomen van zijn oudste zoon, de heer J.J. Reynders. Toen hij overleed (in 2010) is de insigne bij zijn jongere broer, de heer dr. H. Reynders terecht gekomen.

Op donderdag 23 augustus 2012 bezocht hij met zijn echtgenote het museum, en besloot de insigne met het verhaal te schenken, zodat het bewaard blijft voor de komende generaties.