Franse kaartentas | J.H.L. Maury

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Vanwege afspraken binnen de Volkerenbond en om een Duitse omsingeling van het Franse leger en het Britse expeditieleger in België en Frankrijk te voorkomen, kreeg Nederland steun van het Franse leger. Al aan het eind van de dag kwamen de eerste Franse versterkingen aan. Dat waren vooral gemotoriseerde Franse troepen die vanuit Noord-Frankrijk via België doortrokken naar Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland.

Nederland capituleerde op 14 mei maar Zeeland viel buiten de overgave. Dat leidde tot veel consternatie. De berichten waren zo onduidelijk dat diverse Nederlandse militairen hun verdedigingsstellingen verlieten met het idee dat heel Nederland gecapituleerd had. De volgende dag werden de stellingen al dan niet vrijwillig weer ingenomen.

De Fransen hadden ondertussen op Zuid-Beveland diverse verdedigingsstellingen ingenomen maar waren niet opgewassen tegen het Duitse geweld. Nadat de Kreekrakstellingen en de Zanddijkstelling op 15 mei waren gevallen, konden de Fransen de Duitse opmars ter hoogte van het Kanaal door Zuid-Beveland nog afremmen. Er werden felle gevechten gevoerd bij de Postbrug bij Wemeldinge en in de buurt van Vlake. Het was voor de Duitsers een tijdelijk maar uiteindelijk belangrijk oponthoud.

In de ochtend van 16 mei werd op verschillende plaatsen in de (huidige) gemeente Kapelle fel gevochten. Vanaf 11.00 uur kwamen er alleen slechte berichten van de eenheden binnen. Tegen de middag werd duidelijk dat de tegenaanvallen van de Fransen waren mislukt. Majoor Périer gaf opdracht voor de terugtocht. Hij liet luitenant Jachot verkennen waar de Duitsers in Kapelle waren doorgedrongen. Luitenant Maury, de verbindingsofficier, moest met de stafwacht de aftocht dekken. Jachot sneuvelde tijdens de verkenning. Maury slaagde erin om de vijand op afstand te houden, maar hij kon niet beletten dat die van alle kanten opdrong. Met enkele soldaten kon hij doorbreken en zich bij de 10e Compagnie voegen.

De Duitse doorbraak zorgde voor een chaotische toestand, De gevechten hadden ertoe geleid dat diverse groepen Franse militairen van elkaar gescheiden waren op Zuid-Beveland.. Een grote groep Fransen was via Goes richting de Sloedam vertrokken waar ze hun laatste verdedigingslinie opbouwden. Andere groepen probeerden via de Schelde richting Zeeuws-Vlaanderen terug te trekken.

De Terugtrekking van het 271e Regiment Infanterie
Maury was een van de mannen uit het 217e RI die op  16 mei richting Hoedekenskerke trok in de hoop daar een schip te vinden die hem over de Schelde kon zetten. In Hoedekenskerke vonden ze echter geen boot. Er zat niets anders op dan Westwaarts  langs de zeedijk te trekken in de hoop een schip te vinden.  In de nacht van 16 op 17 mei kwamen ze in  Borssele aan.

In de haven  (“de Oude Kaaije”) troffen de Fransen een boot aan. Het was een soort hoogaars met zeil en hulpmotor. Hiermee vervoerde Cornelis Huizen uit Baarland, de eigenaar, graan en aardappels. Kapitein Coudoux van het 1e Bataljon en 150 man namen plaats in de hoogaars en vertrokken in de richting van Zeeuws-Vlaanderen. Nauwelijks vijfhonderd meter verder strandden ze op een zandplaat. Luitenant Maury bood zich aan om naar Zeeuws-Vlaanderen te zwemmen en hulp te halen. Coudoux wees het voorstel af, maar het was afgaand water en men moest nog uren wachten op het volgende tij. Hij gaf alsnog zijn toestemming en Maury vertrok, nagekeken door alle opvarenden totdat hij niet meer te zien was.

Vlak nadat Maury zijn tocht was begonnen pikte men een Fransman op die met behulp van een plank de Schelde probeerde over te steken. De tocht van Maury had geen resultaat. Er kwam geen hulp opdagen. De hoogaars kwam bij hoogwater echter los van de plaat waarna men de tocht naar Zeeuws-Vlaanderen kon voortzetten. In de morgen van 17 mei landde Coudoux aan de zuidoever van de Westerschelde in het gebied van het 431e Regiment Infanterie. Een aantal dagen later werd het levenloze lichaam van Maury aan de dijk van Hoofdplaat gevonden. Daar werd hij tijdelijk begraven. Na de oorlog werd hij gerepatrieerd naar Frankrijk.

Deze kaartentas is door J.H.L. Maury achtergelaten in het hoofdkwartier van de Fransen in het Zeeuwse Kapelle. In 2010  is de tas door de heer  Van der Have geschonken. Hij had de tas altijd als aandenken bewaard.