Reginald Palmer, No. 4 commando

Reginald Palmer wordt in januari 1918 geboren in het stadje Rushden (Northamptonshire).  Na zijn schooltijd is hij aanvankelijk werkzaam in de schoenenhandel. Al snel sluit hij zich aan bij het Northamptonshire Territoriale Vrijwilligersleger en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog meldt hij zich bij de Grenadier Guards. Wanneer hij in 1941 echter hoort dat de Commando’s dringend mensen nodig hebben, gaat hij zonder aarzelen naar Weymouth om zich daar aan te melden voor  No. 4 Commando. Hij wordt meteen geselecteerd en volgt een basis-opleiding in Schotland, voor het grootste deel in de buurt van Fort William (waar nu het beroemde Commando Monument staat). Na deze basis-opleiding te hebben voltooid, volgen verdere trainingen in o.a. Cornwall en Schotland.

Vervolgens neemt Reg met No.4 Commando deel aan vele operaties, o.a. in Normandië, Dieppe en op 1 november 1944 landt hij in de vroege morgenuren op Uncle Beach, Vlissingen. De Duitse kogels fluiten hem rakelings om de oren, kogels ketsen af op zijn kaartentas en één kogel blijft zelfs in de kaarten in zijn tas steken. Later die dag gooit Reg zijn kaartentas om onduidelijke reden weg. Enige dagen later trekt hij door met Nr.4 Commando en laat eerst Vlissingen en vervolgens Zeeland achter zich. Hij blijft in het leger tot het einde van de oorlog, 1945.

Zoals veel ex-militairen vindt Reg na de oorlog moeilijk werk. Hij gaat in overheidsdienst bij de Control Commission of Germany, een organisatie verantwoordelijk voor de opbouw van Duitsland na de bezetting door de geallieerden. Hij woont zodoende ook een flink aantal jaren in Duitsland, maar keert uiteindelijk terug naar Engeland vanwege de schoolopleiding van zijn enige zoon. In 1983 gaat hij met pensioen; hij overlijdt in 1991.

Deze zoon, op zoek naar de geschiedenis van zijn vader, bezoekt jaren later het bevrijdingsmuseum en bij die gelegenheid schenkt hij het museum een aantal memorabilia van zijn vader.

 

object van de maand juni 2019 2
Hij vertelt ook het verhaal van de kaartentas, dat zijn vader aan hem had verteld. Het lijkt een onmogelijke zaak, maar we komen er achter dat de tas in Vlissingen blijkt te zijn opgeraapt door een Vlissinger en hij maakt daarna jarenlang deel uit van de collectie van een serieus verzamelaar, de heer Kees Roelse uit Vlissingen. 
Na het overlijden van deze verzamelaar draagt diens weduwe (Addie Roelse) het bijzondere object over aan ons museum en bij een volgend bezoek zijn we –eindelijk- in staat om Alan, de zoon van Reginald Palmer, de tas te tonen die misschien wel zijn vaders leven redde. Elke twijfel of dit wel dezelfde tas is blijkt onnodig, want voorop staat overduidelijk de naam PALMER. En de kaart van Vlissingen toont niet alleen gebruikssporen, maar ook de gaten waar de kogel door ging die Reginald Palmer op een haar na miste.

object van de maand juni 2019 3Kees Traas (Bevrijdingsmuseum) samen met Addie Roelse tijdens de overdracht van de kaartentas